
Fokadvies aanvragen? Leest u a.u.b. eerst grondig het fokreglement.
Aanvraagformulier fokadvies
Fokreglement voor de Cesky Fousek
(laatste wijziging doorgevoerd op ALV april 2008)
Inleiding
Dit reglement bevat de bepalingen van het fokreglement verbonden aan de inschrijving van honden van het ras "Cesky Fousek" in de Nederlandse Hondenstamboekhouding (NHSB).
Artikel 1. Doelstelling
Dit fokreglement is gericht op het in stand houden, bewaken en bevorderen van de gezondheid, het karakter en het welzijn, alsmede van de rastypische eigenschappen van het ras.
Artikel 2. Reikwijdte en begrenzing
-
Dit fokreglement is van toepassing op in Nederland gefokte honden en stelt de voorwaarden vast voor de registratie in de Nederlandse Hondenstamboekhouding en voor de toekenning van de daarbij horende Stamboomcertificaten dan wel Afstammingsbewijzen.
-
Honden die gefokt zijn met inachtneming van de bepalingen opgenomen in dit reglement worden geregistreerd in het Nederlandse Hondenstamboek, dan wel in de bijbehorende Bijlagen of Voorlopige Registers. Er wordt voor deze honden een Stamboomcertificaat toegekend.
-
Honden die gefokt zijn met inachtneming van tenminste de bepalingen opgenomen in de artikelen 4.3, 4.4 en 4.5 en van paragraaf 5 van dit reglement worden, behoudens het gestelde onder 2.5, geregistreerd in de Nederlandse Afstammingsregister, dan wel in de bijbehorende Bijlagen of Voorlopige Registers. Er wordt voor deze honden een Afstammingsbewijs toegekend.
-
Honden die niet gefokt zijn met inachtneming van tenminste de bepalingen opgenomen in de artikelen 4.3, 4.4 en 4.5 en in paragraaf 5 van dit reglement, worden van registratie in de Nederlandse Hondenstamboekhouding uitgesloten.
-
Nakomelingen van ouders met fokuitsluitende kenmerken of van ouders waarmee de fokuitsluitende bepalingen worden overtreden zoals genoemd in bijlage 1. en zoals vastgelegd in het "Reglement betreffende het Tuchtcollege voor de Kynologie", worden eveneens uitgesloten van registratie in de Nederlandse Hondenstamboekhouding.
Artikel 3. Definities
-
De Raad: de vereniging "Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland", statutair gevestigd en kantoor houdend te Amsterdam aan de Emmalaan 16 - 18.
-
Het NHSB: de Nederlandse Hondenstamboekhouding zijnde het Nederlands Hondenstamboek en het Afstammingsregister met inbegrip van de bijbehorende Bijlagen en Voorlopige Registers. Het is de door de Raad bijgehouden Nederlandse stamboekhouding van rashonden op basis waarvan door de Raad bescheiden kunnen worden afgegeven die strekken tot bewijs van de afstamming en de raszuiverheid van in deze stamboekhouding ingeschreven honden.
-
De F.C.I.: de Federation Cynologique Internationale, de overkoepelende internationale organisatie op kynologisch gebied, waarvan de Raad deel uitmaakt.
-
De Rasvereniging: de bij de Raad aangesloten vereniging "Cesky Fousek vereniging Nederland" statutair gevestigd te Elst.
-
De fokker: de eigenaar van de in het NHSB opgenomen teef waarmee gefokt wordt c.q. zal gaan worden.
-
De dekreu-eigenaar: de eigenaar van de in het NHSB dan wel in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding ingeschreven reu die de teef gedekt heeft c.q. zal gaan dekken.
-
Fokuitsluitende ziekten, afwijkingen of handelingen: in bijlage 1. genoemde of aangeduide ziekten, afwijkingen of handelingen op grond waarvan de nakomelingen van de betreffende hond het recht op zowel een Stamboomcertificaat als een Afstammingsbewijs wordt ontzegd.
Artikel 4. Algemeen
-
Het fokreglement is vastgesteld door de Rasvereniging en de Raad en is daarom een reglement van de Raad waarop de overige reglementen van de Raad van toepassing zijn. Op de inschrijving in het NHSB zijn daarenboven de Algemene Voorwaarden van levering van de Raad van toepassing.
-
a) De fokker, die in aanmerking wil komen voor een Stamboomcertificaat voor zijn fokproducten dient zich schriftelijk akkoord te verklaren met, en te handelen naar, de bepalingen die zijn vastgesteld in dit reglement.
b) De fokker, die in aanmerking wil komen voor een Afstammingsbewijs voor zijn fokproducten dient zich schriftelijk akkoord te verklaren met en te handelen naar de bepalingen die zijn vastgesteld in artikelen 4.3, 4.4, 4.5 en 4.6 en in paragraaf 5 van dit reglement.
-
Beide ouderdieren moeten tot hetzelfde ras behoren en dienen te zijn ingeschreven in het Nederlandse Hondenstamboek, in het Afstammingsregister of in de bijbehorende Bijlagen of Voorlopige Registers. In het geval dat de vaderhond van een in het buitenland woonachtige eigenaar is, moet die in een door de FCI erkende buitenlandse stamboekhouding zijn ingeschreven.
-
De fokker en de omstandigheden waaronder wordt gefokt moeten minimaal voldoen aan de criteria opgenomen in bijlage 2.
-
De fokker en de dekreu-eigenaar dienen, gevraagd en ongevraagd, de bij hen beschikbare en bekende gegevens te verstrekken die van belang zijn voor de fokkerij. Zij dienen zich schriftelijk akkoord te verklaren met registratie van deze gegevens en verstrekking daarvan vanuit deze registratie aan belanghebbende derden.
-
Als op basis van de gezondheid of het gedrag van nakomelingen moet worden verondersteld dat het ouderdier een ziekte of afwijking heeft of vererft, kan dit ouderdier van de fokkerij worden uitgesloten. Indien het daarbij gaat om een "fokuitsluitende" ziekte of afwijking, zoals bedoeld in het "Reglement betreffende het Tuchtcollege voor de Kynologie", kunnen de eigenaren van de ouderdieren worden verplicht hun honden op die ziekte of afwijking te laten onderzoeken. Voor de betreffende ouderdieren geldt een fokverbod totdat door de Raad in overleg met de Rasvereniging is vastgesteld, dat de uitkomst niet tot definitieve uitsluiting leidt.
-
a) Bij de aanvraag van Stamboomcertificaten dienen bewijzen van het bepaalde genoemd in artikel 4.2.a en van de vereisten genoemd in de paragrafen 5, 6, 7 en 8 te zijn bijgevoegd.
b) Bij de aanvraag van Afstammingsbewijzen dienen bewijzen voor het bepaalde in artikel 4.2.b en van de vereisten genoemd in paragraaf 5 te zijn bijgevoegd.
-
De verantwoordelijkheid voor het fokken en afleveren van pups ligt uitsluitend en alleen bij de fokker. De Rasvereniging alsmede de Raad aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele gebreken bij de pup, betrokken van een fokker. Ook als deze zich houdt aan het bepaalde in dit fokreglement.
Artikel 5. Fokkerij
-
De teef mag ten tijde van de dekking, niet jonger zijn dan 18 maanden (1½ jaar).
De teef die haar eerste nest zal krijgen, mag niet gedekt worden na de dag waarop zij 72 maanden (6 jaar) oud is geworden.
De teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij 84 maanden (7 jaar) oud wordt.
De minimale leeftijd van de reu, ten tijde van de dekking, dient tenminste 24 maanden (2 jaar) te bedragen.
-
De teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten voortbrengen, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 maanden moet zijn. De periode van 24 maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de twee binnen deze periode geboren nesten heeft plaatsgevonden.
Een teef mag gedurende haar leven maximaal 3 nesten krijgen.
De geboorte dient een natuurlijk verloop te hebben. Indien de geboorte van het nest door middel van een keizersnede (sectio caesarea), heeft plaatsgevonden mag de teef niet meer voor de fokkerij worden gebruikt. Ontheffing aanvragen is mogelijk zoals is aangegeven in artikel 11.1 van de slotbepalingen.
-
Een reu mag totaal maximum 4 nesten gedurende zijn leven voortbrengen.
De dekking dient een natuurlijk verloop te hebben. Kunstmatige inseminatie is slechts toegestaan na verkregen toestemming op basis van een gemotiveerd verzoek. Dit verzoek dient minimaal één maand vóór de voorgenomen dekking bij het bureau van de Raad te worden ingediend.
-
Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als ouder-kind of als (half)broer-(half)zuster.
-
De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is slechts 2 maal toegestaan mits minstens 3 jaar tussen de eerste en de tweede dekking gewacht wordt om tot een zinvolle toetsing te kunnen komen.
Artikel 6. Gezondheid
-
Beide ouderdieren dienen over een goede gezondheid te beschikken, zowel lichamelijk als mentaal.
-
De fokker zal zorgdragen voor een deugdelijke ontworming en inenting van de pups, volgens gangbare veterinaire inzichten, en voor een volledig door de dierenarts ingevuld vaccinatieboekje. De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van tenminste zeven weken.
Indien van toepassing zal de fokker de pups onderwerpen aan voor dat ras relevante gezondheids- en/of gedragsonderzoeken en de toekomstige koper van de uitslag van dat onderzoek mededeling doen.
-
Gezondheidsonderzoek:
a) Beide ouderdieren dienen vóór de dekking te zijn onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie. De uitslag van dit onderzoek dient ten tijde van de dekking bekend te zijn. Dit onderzoek mag uitsluitend geschieden vanaf de dag dat de desbetreffende hond 12 maanden (1 jaar) oud is.
Dit onderzoek dient te zijn verricht door een door de Raad daartoe aangewezen instantie of dierenarts of, voor in het buitenland geregistreerde honden, een door de F.C.I. erkende instantie of dierenarts.
Voor de fokkerij gelden de navolgende regels:
tussen honden met de FCI-beoordeling A en B (HD- resp.HD Tc) mag elke willekeurige oudercombinatie worden gevormd, honden met de FCI-beoordeling C, D en E (HD +/-, HD + en HD ++) mogen niet voor de fokkerij worden gebruikt.
Waar gebruik wordt gemaakt van in het buitenland geregistreerde reuen, gelden de regels van het land van herkomst. Indien in het betreffende land geen onderzoeksverplichting voor HD bestaat dienen uiterste pogingen te worden ondernomen alsnog een röntgenologische HD-beoordeling te verkrijgen.
Artikel 7. Gedrag
-
Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen en het gedrag zoals in de rasstandaard is aangegeven of zoals voor het desbetreffende ras is te verwachten.
-
Beide ouderdieren dienen te hebben voldaan aan de eisen van een door de Raad erkende voor het ras ontwikkelde werkaanleg test (ook wel jachtaanlegtest genoemd) of in het bezit te zijn van minimaal het KNJV-C diploma en een veldwerkkwalificatie behaald op een veldwedstrijd voor staande honden.
Artikel 8. Exterieur
-
Beide ouderdieren dienen in het algemeen, behoudens enkele onvolkomenheden die het ideale rasbeeld verstoren, aan de voor het betreffende ras geldende rasstandaard te voldoen.
Zij dienen op een minimaal 2x de kwalificatie ZG (Zeer Goed) te hebben behaald:
2x op de Clubmatch van CFVN of 1x op de Clubmatch van CFVN en 1x op een door de Raad en/of FCI gereglementeerde expositie onder tenminste twee verschillende keurmeesters, waarbij de tweede behaalde kwalificatie behaald dient te zijn na het bereiken van de leeftijd van18 maanden. Beide beoordelingen worden verricht door tenminste twee verschillende erkende CF keurmeesters.
Artikel 9. Koopovereenkomst
-
De verkoop van de pups zal schriftelijk worden vastgelegd door middel van een door de Raad vastgestelde koopovereenkomst of door middel van een door de Raad erkende koopovereenkomst van de Rasvereniging. Op basis van deze koopovereenkomst hebben de fokker en de pupkoper het recht om zich bij eventuele geschillen, over de naleving en/of de uitleg daarvan, te wenden tot de Geschillencommissie.
-
Indien de verkoop van de pups niet schriftelijk wordt vastgelegd of indien deze wordt vastgelegd in een niet door de Raad vastgestelde of erkende koopovereenkomst, verspeelt de verkoper het recht zich bij eventuele geschillen te wenden tot de Geschillencommissie. De koper van een hond met een Stamboomcertificaat of een Afstammingsbewijs kan zich ten allen tijde tot de Geschillencommissie wenden.
Artikel 10. Sanctiebepalingen
-
Het is verboden bij aanvraag-, aanmeldings-, inschrijvingsprocedures en alle overige regelingen, die in dit reglement zijn opgenomen, onjuiste gegevens te verstrekken of om gegevens te verzwijgen.
-
Hij die het gestelde in het voorgaande artikel of enig ander artikel van dit reglement overtreedt kan, conform het "Reglement betreffende het Tuchtcollege voor de Kynologie", gestraft worden met een of meer der volgende straffen:
- berisping
- geldboete zoals bepaald in het geldende "Tarievenbesluit" van de Raad
- tijdelijke of blijvende diskwalificatie van zijn persoon
- tijdelijke of blijvende diskwalificatie van een of meer van de honden waarvan hij eigenaar is
- ontneming van het recht tot het voeren van een kennelnaam
- tijdelijke of blijvende ontneming van de bevoegdheid om als keurmeester op te treden
- tijdelijke of blijvende ontneming van de bevoegdheid om als official op te treden
Artikel 11. Slotbepalingen
1. In bijzondere gevallen kan de Raad, in overleg met het bestuur van de Rasvereniging, afwijken van dit reglement, indien strikte toepassing van dit reglement leidt tot een onredelijk en onbillijk resultaat, mits daarmee belangen van het ras worden gediend en geen onevenredige schade aan belangen van derden wordt toegebracht.
2. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad, in overleg met het bestuur van de Rasvereniging.
3. Tegen beslissingen van de Raad staat bezwaar en beroep open conform het "Reglement betreffende de Geschillencommissie voor de Kynologie".
4. Indien voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad in overleg met het bestuur van de Rasvereniging zorg voor aanvulling van het reglement.
5. Zowel door de Raad als door de Rasvereniging kunnen ten aanzien van dit reglement wijzigingen worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Rasvereniging en de Raad.
Artikel 12. Overgangsbepalingen
Dit reglement treedt in werking na publicatie in het clubblad van de goedkeuring door de Algemene Ledenvergadering van de Rasvereniging en door de Raad.
Gezien het (kleine) aantal honden in Nederland, dient er jaarlijks na invoering een evaluatie plaats te vinden, waaruit een wijziging van dit reglement kan voortvloeien.
Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Rasvereniging op 6 juni 2002.
Namens deze,
Ilonka J.H. Oostenbrink-Balvert, voorzitter
Jan H. Bolink, secretaris
Dit reglement is vast gesteld op 6 juni 2002.
Wijzigingen hebben plaatsgevonden op de Algemene Ledenvergadering van juni 2006 en april 2008
Bijlage 1
Gronden voor uitsluiting van de fokkerij zoals bedoeld in artikel 2.5 van het "Fokreglement van de Rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland"
A. Fokverbod op verzoek van de fokker
Honden waarvoor door de Raad is beslist tot uitsluiting van de fokkerij, op basis van een gemotiveerd verzoek van de fokker bij de aanvraag tot inschrijving in de Nederlandse Hondenstamboekhouding. De betreffende hond komt in dat geval in aanmerking voor een Stamboomcertificaat c.q. een Afstammingsbewijs waarop door de Raad de aanduiding "fokverbod" is aangeven.
B. Fokuitsluitende kenmerken en bepalingen
-
Kreupele honden
-
Beiderzijds dove honden
-
Beiderzijds blinde honden
-
Honden met extreme angst en/of agressief bijtgedrag
-
Honden gehouden onder omstandigheden, waarbij de fokker niet voldoet aan de in Bijlage 2 van het Centraal Fokbeleid bedoelde criteria.
-
Honden die niet voldoen aan de criteria en bepalingen zoals die voor het betreffende ras zijn vastgelegd in paragraaf 5 van het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland".
-
Honden die lijden aan een ziekte of afwijking zoals die voor het betreffende ras in paragraaf 6 van het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland" is aangegeven en/of hierbij niet voldoen aan de voor die ziekte of afwijking gestelde criteria voor deelname aan de fokkerij.
Onder 1. wordt verstaan: honden waarbij door een dierenarts, specialist Chirurgie der Gezelschapsdieren, ingeschreven in het Nederlands Veterinair Specialisten Register, met zekerheid, aan de hand van een geïdentificeerde röntgenfoto, is vastgesteld dat de afwijking Heupdysplasie dan wel Elleboogdysplasie dan wel Legg Perthes aan de kreupelheid ten grondslag ligt.
Honden die een door een dierenarts, specialist Chirurgie der Gezelschapsdieren, ingeschreven in het Nederlands Veterinair Specialisten Register, uitgevoerde operatieve ingreep hebben ondergaan, waarvan met zekerheid, aan de hand van een geïdentificeerde röntgenfoto, vast is komen te staan dat aan de afwijking Heupdysplasie dan wel Elleboogdysplasie dan wel Legg Perthes ten grondslag heeft gelegen.
Honden met een röntgenologisch beeld van "Heupdysplasie optima forma", vastgesteld door een FCI-erkende beoordelingsinstantie.
Honden met een röntgenologisch beeld van "Elleboogdysplasie graad III", vastgesteld door een FCI-erkende beoordelingsinstantie.
Onder 2. wordt verstaan: Beiderzijds dove honden, vast te stellen m.b.v. een BAER-test.
Onder 3. wordt verstaan: Aan beide ogen blinde honden, onafhankelijk van de oorzaak, vastgesteld door een dierenarts, lid van het landelijke oogonderzoekspanel.
Onder 4. wordt verstaan: Honden met een extreem angst- en/of bijtgedrag, vast te stellen met een door de Raad erkende gedragstest op angst en/of agressief bijtgedrag.
Bijlage 2:
Minimale criteria voor de omstandigheden waaronder wordt gefokt zoals bedoeld in artikel 4.4 van het "Fokreglement van de Rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland".
Een fokker voldoet niet aan de in artikel 4.4. van de het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland" bedoelde criteria indien één of meer van de navolgende situaties door of namens de Raad worden vastgesteld:
- de conditie van de aanwezige honden is slecht
- niet alle aanwezige honden zijn in het bezit van een erkende stamboom
- er zijn onvoldoende mogelijkheden aanwezig om loopse teven te scheiden van de reuen
- de nestomgeving voldoet niet aan de minimale criteria dan wel er wordt een zodanige nestomgeving wordt aangegeven, dat hieraan niet kan en zal worden voldaan
-er zijn onvoldoende maatregelen genomen om zorg te dragen voor een goede socialisatie van de pups
- de moederhond heeft onvoldoende ruimte om zich in de kraamkamer te verplaatsen, haar behoefte buiten het nest te doen en heeft geen mogelijkheid tot een ligplaats buiten bereik van de pups